Can’ Leandro
Can’ Leandro komt uit Ontinyent, in het binnenland van Valencia. Het domein werd in 2013 opgericht door de broers Gabriel en Alberto Sanchis Mestre, die het familiebedrijf een andere richting gaven. In plaats van druiven te verkopen of op te gaan in de bulkproductie waar Valencia lang om bekendstond, begonnen ze zelf te bottelen. Daarbij kozen ze juist voor de oude wijngaarden en lokale druiven die in de regio steeds verder naar de achtergrond waren verdwenen.
Dat laatste maakt Can’ Leandro voor ons vooral interessant. Naast Monastrell werken ze met druiven als Merseguera, Bonicaire, Tortosí, Verdil, Arcos en Forcallà Blanca. Bonicaire wordt vaak genoemd als de Valenciaanse naam voor Trepat, terwijl Merseguera verwant is aan Torrontés, maar een eigen druivenras is. Geen internationale rassen dus, maar echte lokale terroir wijnen.
En die plek is anders dan het beeld dat je misschien bij Valencia hebt. Ontinyent ligt landinwaarts, tussen de bergen van Vall d’Albaida, met wijngaarden die voor een groot deel tussen 500 en ruim 600 meter hoogte liggen. De bodems verschillen per perceel, maar kalk speelt vrijwel overal een belangrijke rol: van witte albariza-achtige bodems tot zand en ijzerrijke gronden, steeds met een harde kalklaag in de ondergrond. Veel wijngaarden zijn oude, ongeïrrigeerde bush vines.
Can’ Leandro probeert die verschillen ook daadwerkelijk terug te laten komen in de wijnen. Hun assortiment is opgebouwd van Vino de Pueblo naar Vino de Finca, Vino de Paraje en Vino de Parcela. Les Finques is de dorpswijn: verschillende oude wijngaarden, bodems en exposities van Ontinyent samen in één fles. La Vella en La Lloma zijn juist finca-wijnen, gemaakt zoals dat hier traditioneel gebeurde: één boerderij met zijn eigen wijngaarden, druivenrassen en bodems vormt samen de wijn. Daarboven maken ze nog wijnen van specifieke lieux-dits en individuele percelen.
Ook in de kelder blijft het vrij eenvoudig. Er wordt spontaan vergist en afhankelijk van de wijn gewerkt met RVS, beton en grotere houten vaten. Hele trossen spelen bij de rode wijnen een belangrijke rol en nieuw hout staat nergens centraal. Het gaat vooral om oude lokale druiven, kalkrijke wijngaarden en een veel frissere kant van Valencia dan je misschien verwacht.